Vraag je in de procesindustrie naar de grootste kostenposten? Grote kans dat onderhoud in de top drie staat. Onderhoud vraagt om mensen, materialen, stilstand en investeringen. Maar wie onderhoud uitsluitend vanuit kosten benadert, mist wat er echt op het spel staat. Want goed georganiseerd onderhoud levert een directe bijdrage aan beschikbaarheid, kwaliteit, continuïteit en veiligheid. En daarmee is het een thema dat verweven hoort te zijn dwars door de totale organisatie. Bovendien is het een strategische succesfactor die op de agenda van iedere directie thuishoort.
Het lijkt een eenvoudige vraag. Toch blijkt het antwoord in de praktijk verrassend divers. De één focust op preventief onderhoud en inspecties. Een ander richt zich met name op revisies en turnarounds. Weer een ander associeert onderhoud primair met het oplossen van storingen. Waarbij storingen overigens soms helemaal niet als onderhoud worden beschouwd, maar als een apart operationeel proces.
Die verscheidenheid is veelzeggend. Onderhoud kent veel verschijningsvormen: storingsonderhoud, correctief onderhoud, preventief en voorspellend onderhoud, inspecties, keuringen, kalibraties en modificaties. Elk met een eigen logica, eigen timing en een eigen plek in de organisatie. De definitie van onderhoud is eigenlijk niet het belangrijkste. De centrale vraag is: wat moet onderhoud bijdragen aan de organisatie? Het draait uiteindelijk om installaties die veilig, betrouwbaar en beschikbaar blijven, zodat de organisatie haar bedrijfsdoelstellingen kan realiseren.
Onderhoudsafdelingen worden nog regelmatig primair beoordeeld op kosten. Terwijl de werkelijke - praktische én financiële - impact van onderhoud zit in zaken als beschikbaarheid, bedrijfscontinuïteit, klanttevredenheid en veiligheid. Ter illustratie: een uur ongeplande stilstand op een kritische lijn kost in veel gevallen méér dan een goed uitgevoerd preventief onderhoudsplan per jaar kost. Wie op die manier rekent, ontdekt al snel dat het stempel kostenpost te makkelijk wordt gezet. En dat onderhoud - mits goed gepland en gedaan - een niet te onderschatten strategische succesfactor is.
Het belang van onderhoud verschilt bovendien sterk per sector. Of het nu chemie, food of een andere sector betreft. In de ene sector staan veiligheid, integriteit en betrouwbaarheid voorop. In de andere sector spelen kwaliteitseisen, compliance en leverbetrouwbaarheid een minstens even grote rol. Elders ligt de nadruk op maximale beschikbaarheid of het beheersen van kosten. Die context bepaalt de onderhoudsstrategie. Of zou dat in ieder geval moeten doen.
Een veelgehoord misverstand is, dat meer onderhoud automatisch beter onderhoud betekent. Dat klopt niet. Een kritische installatie zonder back-up vraagt vanzelfsprekend een andere aanpak dan een machine waarvan een reserve-exemplaar beschikbaar is of waarvoor een backup-plan is opgesteld. In dat laatste geval kan het economisch gezien heel verantwoord zijn om een installatie minder intensief te onderhouden en een eventuele storing te accepteren. De juiste balans tussen prestaties, risico's en kosten is daarmee per situatie anders.
Wanneer onderhoudsprestaties achterblijven, wordt doorgaans als eerste naar de techniek gekeken. Toch ligt de oorzaak in de praktijk veel vaker in de organisatie en de processen eromheen. De basis moet op orde zijn: een werkend onderhoudsmanagementsysteem, actuele documentatie, preventieve onderhoudsplannen die ook worden uitgevoerd, een geordend magazijn en een heldere rolverdeling: van maintenance manager en planners tot werkvoorbereiders, monteurs en technische specialisten. Maar organiseren gaat verder dan een organogram. Hoe worden meldingen opgepakt en geprioriteerd? Hoe worden storingen geanalyseerd, en wordt geleerd van wat er misgaat? En misschien wel het meest onderschat: hoe werkt de technische dienst samen met productie, planning, logistiek, inkoop en externe partijen?
Een van de meest voorkomende valkuilen in productiebedrijven is het spanningsveld tussen onderhoud en productie. Productie wil maximale beschikbaarheid, onderhoud heeft tijd en ruimte nodig. Dat mag natuurlijk niet leiden tot een cultuur waarin stilstand wordt vermeden totdat een installatie het begeeft. De best presterende productiebedrijven hebben onderhoud structureel ingebed in hun planningsproces. Stilstand wordt gepland. Prioriteiten worden gezamenlijk bepaald en niet eenzijdig overruled. Onderhoud en productie werken vanuit hetzelfde bedrijfsdoel. Onderlinge communicatie, afstemming en heldere besluitvorming zijn daarin minstens zo bepalend als technische expertise. Ook op het moment dat een onverwachte storing optreedt.
Benchmarking kan een krachtig instrument zijn. Het vergelijken van onderhoudskosten, technische beschikbaarheid, organisatie-inrichting en KPI's maakt verbeterpotentieel zichtbaar en levert stof op voor een goed gesprek. Maar de valkuil is reëel: cijfers lijken objectief, terwijl de context allesbepalend is. De leeftijd van installaties, de complexiteit van processen, de mate van redundantie in kritische systemen - het maakt elke locatie anders, ook binnen één organisatie. Benchmarking is daarom waardevol als startpunt, niet als eindoordeel. De vraag is niet of een organisatie boven of onder het gemiddelde scoort, maar of de gekozen onderhoudsstrategie aansluit bij de bedrijfsdoelstellingen en de specifieke realiteit van elke locatie.
Vrijwel elke organisatie heeft verbeterpotentieel in haar onderhoud. De kunst is het vinden van de juiste knoppen. De grootste winst zit in de onderhoudsbehoefte zelf. Is er gepland wat echt nodig is? Wordt niet onnodig veel preventief onderhoud uitgevoerd? Het is een kwestie van de juiste afwegingen en keuzes maken. Daarna volgen de efficiency van uitvoering en begeleiding van externe partijen, inkoopcondities, de timing van werkzaamheden en de verdeling van rollen en taken binnen de onderhouds- en productieorganisatie zelf. Welke verbeteringen het meeste effect opleveren? Dat verschilt dus per situatie. Maar het startpunt is altijd dezelfde: wat willen wij als organisatie bereiken? Als dat helder is, wordt zichtbaar welke onderhoudsstrategie daarbij past en welke knoppen het meeste opleveren.
Gjalt Liebrand
Senior Consultant ARV Consulting